
Kranslegging en Stille Gang bij herdenking Oranjehotel
AlgemeenZaterdag 19 september zijn bij het Nationaal Monument Oranjehotel, aan de Van Alkemadelaan, de slachtoffers herdacht die tijdens de Tweede Wereldoorlog in de Scheveningse gevangenis werden opgesloten. Namens het Haagse stadsbestuur legde wethouder en locoburgemeester Richard de Mos een krans.
Het Oranjehotel was tijdens de bezetting de bijnaam voor de gevangenis waar ruim 25.000 mensen door de Duitse bezetter gevangen werden gehouden. Onder hen bevonden zich verzetsstrijders, Joden, Roma en Sinti, Jehova’s Getuigen, communisten en anderen die werden vervolgd. Gevangenen werden er verhoord en soms zwaar mishandeld. Meer dan 250 van hen werden uiteindelijk op de nabijgelegen Waalsdorpervlakte gefusilleerd.
Een bijzondere plaats binnen het monument is Doodencel 601. Hier brachten verschillende ter dood veroordeelde gevangenen hun laatste nacht door, voordat zij via het poortje aan de Van Alkemadelaan werden weggevoerd.
Sinds 1946 worden de gevangenen van het Oranjehotel jaarlijks herdacht. Daarmee behoort deze bijeenkomst tot de oudste herdenkingen van Nederland.
De Mos benadrukte tijdens de herdenking het belang van het doorgeven van deze geschiedenis. Volgens hem maakt een bezoek aan de voormalige gevangenis zichtbaar wat onderdrukking en onvrijheid voor mensen betekenden. “Herdenken betekent voor mij niet alleen terugkijken, maar ook beseffen hoe kostbaar vrijheid, democratie en de rechtsstaat zijn”, aldus De Mos. Hij wees daarbij op de verantwoordelijkheid om het verhaal ook aan nieuwe generaties te blijven vertellen.
Na de kranslegging volgde de traditionele Stille Gang. In stilte liepen de aanwezigen langs Doodencel 601, een plek die nog altijd tastbaar herinnert aan vervolging, verzet en de mensen die tijdens de bezettingsjaren hun vrijheid en leven verloren.





