Afbeelding
Foto: Dick Teske

Verenigingen vrezen voor toekomst tijdens verbouwing Muzee

Terwijl Muzee Scheveningen zich opmaakt voor een ingrijpende verbouwing, groeit bij twee nauw aan het museum verbonden verenigingen de onzekerheid. Zowel de Historisch Genealogische Vereniging Scheveningen (HGVS) als de Vrienden van Muzee zoeken dringend naar een nieuwe plek om hun werkzaamheden voort te zetten. Niet alleen tijdelijk tijdens de verbouwing, maar mogelijk ook definitief daarna.

Wat begon als praktische gesprekken over ruimtegebruik, is volgens betrokkenen inmiddels uitgegroeid tot een strijd om het behoud van een stuk levend Schevenings erfgoed. “Wij kunnen niet anderhalf of twee jaar stilvallen”, zegt Patricia Snel van de HGVS. “Dan is de vereniging gewoon ter ziele.”

De HGVS zit al sinds 1982 in Muzee en houdt zich bezig met genealogie, archieven, familiedocumenten en historische foto’s van Scheveningen. Achter de schermen wordt volop gescand, uitgezocht en gedocumenteerd. Wie iets wil weten over een Scheveningse familie, kan bij de vereniging aankloppen. Maar al dat werk vraagt ruimte. Veel ruimte. “We hebben drie grote boekenkasten vol boeken, documenten, administratie en originele stukken”, vertelt Snel. “Dat kun je niet zomaar in één kast stoppen.”

Volgens de vereniging is tijdens eerdere gesprekken met Muzee wel geïnventariseerd wat nodig zou zijn, maar bleef een concrete oplossing uit. Uiteindelijk kwam het bericht dat de HGVS na de verbouwing slechts beperkt zou kunnen terugkeren: af en toe een werkplek in de kantoortuin en één kast voor opslag. Voor de leden was dat onvoldoende. “Onze leden hebben besloten dat we onder die voorwaarden niet terug kunnen,” zegt Snel. “We moeten bij onze spullen kunnen. Als iemand informatie zoekt over een familie, moet je iets uit een kast kunnen pakken.”

Ook Annemarie van de HGVS benadrukt dat de vereniging méér nodig heeft dan alleen opslagruimte. “We zoeken een plek waar we kunnen werken, overleggen en mensen kunnen ontvangen.”

Downsizen

Bij de Vrienden van Muzee speelt een vergelijkbaar probleem, al lijkt daar iets meer perspectief te zijn op terugkeer in het vernieuwde museum. De vereniging beheert onder meer een grote collectie Scheveningse klederdracht, die gebruikt wordt bij shows, evenementen en historische presentaties.

Joop Alberti, jarenlang voorzitter van de vereniging, vertelt openhartig over de afgelopen jaren vol gesprekken, wijzigingen en onzekerheid. “Ik werd er helemaal knettergek van”, zegt hij. “Er werd iets toegezegd en later weer teruggedraaid. Ik had er letterlijk slapeloze nachten van.”

De Vrienden moesten al eerder halsoverkop hun opslagruimte verlaten en begonnen toen noodgedwongen met ‘downsizen’. Van talloze dozen vol kledingstukken bleven uiteindelijk nog enkele tientallen over. Een deel van de collectie kon tijdelijk worden opgeslagen in het Oranjehotel.

Maar ook na de verbouwing blijft de ruimte beperkt. “We moeten overal bij kunnen”, zegt Alberti. “Je kunt klederdracht niet gewoon in dozen laten zitten. We hebben hangruimte nodig en kasten.”

Toch klinkt er tussen alle zorgen door ook hoop. Vooral door een nieuwe groep enthousiaste vrouwen die onlangs via Muzee kennismaakte met de Scheveningse dracht. “Dat is zo’n leuke ploeg mensen”, zegt Alberti zichtbaar enthousiast. “We hopen natuurlijk dat daar nieuwe Vrienden tussen zitten. Want we hebben bijna geen aanwas meer.” Met een lach voegt hij eraan toe: “Over vijf jaar iedereen met een rollator is ook geen gezicht bij een klederdrachtshow.”


Gezamenlijke zoektocht

De twee verenigingen onderzoeken inmiddels of ze gezamenlijk een ruimte kunnen vinden. Omdat beide clubs op verschillende dagen actief zijn, zou gedeeld gebruik volgens hen goed mogelijk zijn. “We zitten elkaar helemaal niet in de weg”, zegt Patricia Snel. “Wij werken op zaterdag en dinsdag, zij vooral op maandagavond en bij shows.”

Een gezamenlijke locatie zou bovendien niet alleen praktisch zijn, maar ook logisch vanuit de gedeelde geschiedenis met Muzee. Beide verenigingen werkten jarenlang mee aan tentoonstellingen, evenementen en het levend houden van de Scheveningse cultuur. “Onze verenigingen ondersteunden en versterkten het museum altijd”, zegt Snel. “Dat is in de loop van tientallen jaren gegroeid.” Joop Alberti sluit zich daarbij aan. “Wij horen daar, maar zij horen daar evengoed.”


Oproep aan Scheveningen

De noodkreet van beide verenigingen is inmiddels duidelijk: er is dringend behoefte aan een geschikte ruimte op Scheveningen. Een plek met opslagmogelijkheden, werkruimte en liefst ook ruimte voor ontmoeting.

Daarnaast hopen zowel de HGVS als de Vrienden van Muzee op nieuwe vrijwilligers en jongere leden die het culturele erfgoed willen helpen bewaren. “Het zou zo zonde zijn als dit verloren gaat”, zegt Snel. “We doen dit allemaal vrijwillig, omdat we hart hebben voor Scheveningen.”

Ondertussen blijft de toekomst onzeker. De verbouwing van Muzee lijkt definitief de kant op te gaan van een theaterfunctie met slechts een klein deel museum. Voor de verenigingen rest voorlopig vooral afwachten, zoeken en hopen. Of zoals Alberti het samenvat: “Ik ben voorzichtig optimistisch. Maar we hebben inmiddels al zo vaak hoop gehad die weer in duigen viel.”


Tekst: Jill van Calsteren

Afbeelding