Afbeelding
Foto: Haags Gemeentearchief

Hoe het Statenkwartier uit het zand verrees

Wie tegenwoordig door het Statenkwartier wandelt, langs statige herenhuizen, brede lanen en karakteristieke gevels vol sierlijke details, vergeet gemakkelijk dat hier ooit niets anders lag dan duinen, helmgras en zandverstuivingen. Tussen het compacte Den Haag en het oude vissersdorp Scheveningen strekte zich anderhalve eeuw geleden een ruig landschap uit waar koninklijke jagers en wandelaars hun weg vonden. Het Statenkwartier moest nog worden bedacht.

Juist dat maakt deze wijk zo bijzonder. Het Statenkwartier is geen wijk die langzaam groeide vanuit een dorpskern, maar een zorgvuldig ontworpen stadsdeel dat in korte tijd uit de grond werd gestampt. Tussen ongeveer 1900 en 1915 veranderde het duinlandschap in een van de meest karaktervolle buurten van Den Haag. En wie goed kijkt, ziet die geschiedenis nog altijd terug.

Een deel van het gebied kwam rond 1840 in handen van koning Willem II. Hij gebruikte de duinen als jachtterrein en liet er zelfs een hertenkamp aanleggen. Maar Den Haag groeide snel en de stad keek steeds nadrukkelijker richting Scheveningen. De ruimte tussen beide plaatsen werd ineens interessant.


De grote ommekeer kwam in 1895. Prinses Sophie, groothertogin van Saksen-Weimar, verkocht 73 hectare duingrond aan bouwondernemer Adriaan Goekoop. Een naam die nog altijd verbonden is aan de wijkontwikkeling van Den Haag. Samen met notaris Solko van den Bergh werkte hij aan een ambitieus plan voor een nieuwe woonwijk vol allure.

Gemeentewerken-directeur ir. I.A. Lindo keek kritisch mee. Niet alleen schoonheid telde; de wijk moest ook modern en praktisch zijn. Op zijn aandringen kwamen brede verkeersassen tot stand, zoals de Frederik Hendriklaan en de Aert van der Goesstraat. In een tijd van paardentrams en opkomend verkeer was dat vooruitstrevend.

Toen de gemeenteraad op 29 augustus 1899 het waaiervormige stratenplan goedkeurde, kon de bouw echt beginnen.


Brede lanen en Jugendstil

Het Statenkwartier kreeg iets grootstedelijks, maar zonder de drukte van het centrum. De brede Statenlaan, de ruime kruisingen en de diagonale lijnen geven de wijk nog altijd een open karakter. Wie vanaf het Statenplein richting Frederik Hendriklaan kijkt, begrijpt waarom de wijk destijds zo geliefd werd bij welgestelde Hagenaars.

De architectuur speelde daarin een hoofdrol. Overal verschenen herenhuizen met torentjes, glas-in-loodramen, gebeeldhouwde gevelstenen en sierlijke balkonnetjes. Vooral de art nouveau, toen de nieuwste mode, drukte een stempel op de wijk.

Een vroeg hoogtepunt was Villa Henny, gebouwd in 1898 op de hoek van de Scheveningseweg en de toenmalige Stadhouderslaan, nu de Eisenhowerlaan. Niemand minder dan H.P. Berlage ontwierp het pand. Het gaf meteen cachet aan de nieuwe buurt.

Ook de Johan van Oldenbarneveltlaan groeide snel vol met imposante huizen. Op oude foto’s uit 1908 is nog te zien hoe de bebouwing abrupt ophield bij het Frankenslag. Daarachter lagen simpelweg nog de duinen.


De Fred wordt de levensader

Geen straat vertelt het verhaal van het Statenkwartier beter dan de Frederik Hendriklaan. Voor bewoners simpelweg 'De Fred. Tegenwoordig een drukke winkelstraat, maar rond 1910 stonden hier nog nauwelijks winkels.

De eerste ondernemer was een apotheker op nummer 32. Vanaf 1905 werden daar recepten bereid tot de evacuatie van de wijk in de oorlogsjaren. Op de gevel herinnert een fraai tegeltableau van de Haagse firma Rozenburg nog altijd aan die tijd.

Vier jaar later opende banketbakker Frits Plasman zijn winkel aan nummer 106. Met gevoel voor reclame beloofde hij 'gebackjes welcke voldoen aan de modernschte eisen betreffende kwaliteit'. Dat motto hangt er nog steeds. Net als de naam Plasman.

De komst van de tram gaf de wijk extra vaart. Eerst reed vanaf 1904 een paardentram door het gebied, later nam elektrische lijn 10 het over. Ineens lag de nieuwe wijk stevig verbonden met de Haagse binnenstad.

Vluchtelingen, militairen en oorlog

Het keurige Statenkwartier kreeg al snel te maken met de grote gebeurtenissen van de twintigste eeuw. Tijdens de Eerste Wereldoorlog ving Nederland Belgische vluchtelingen op. Langs de Westduinweg verschenen noodwoningen. Ook Engelse militairen verbleven tijdelijk in de wijk.

Maar vooral de Tweede Wereldoorlog liet diepe sporen achter.

Door de ligging dicht bij zee werd het Statenkwartier onderdeel van de Duitse Atlantikwall. Huizenblokken moesten wijken voor verdedigingswerken. Delen van onder meer de Van Bleiswijkstraat, Prins Mauritslaan en Van Hoornbeekstraat verdwenen onder de slopershamer.

Alsof dat niet genoeg was, werden vanuit het Statenkwartier V2-raketten afgevuurd. Dat leidde tot drama’s. Op 8 december 1944 ging een lancering mis bij de Stadhouderslaan, tegenover het Gemeentemuseum. Huizen vlogen in brand. Nog geen maand later stortte een projectiel neer bij het Statenplein en verwoestte een deel van de Willem de Zwijgerlaan.

Veel bewoners moesten evacueren. De deftige wijk veranderde tijdelijk in een verlaten en beschadigd oorlogsgebied.


Een wijk met lagen onder het zand

Wat weinig mensen weten: niet alleen bovengronds is het Statenkwartier bijzonder. Ook onder de huizen ligt geschiedenis verborgen.

Onder het dikke pakket stuifzand blijken resten van veel oudere bewoning te liggen. Archeologen ontdekten dat dit gebied al in de prehistorie en vroege geschiedenis werd gebruikt door mensen. Het zand conserveerde die sporen verrassend goed.

Dat maakt het Statenkwartier misschien wel de wijk met het rijkste bodemarchief van Den Haag.


Inmiddels is het Statenkwartier uitgegroeid tot een van de meest geliefde buurten van de stad. Internationale organisaties, ambassades, gezinnen, oude Hagenaars en nieuwe bewoners leven er naast elkaar. De nabijheid van de haven, de Scheveningseweg en het strand geeft de wijk een eigen sfeer: stedelijk, maar altijd met de zee dichtbij.

van onze redactie