
Deze oude bekenden keren steeds
vaker terug op Scheveningen
Vroeg in de ochtend liggen ze daar heerlijk uitgestrekt op het strand. Grijsbruin, glimmend nat en onverstoorbaar: zeehonden, gewoon op het Scheveningse strand. Geen verdwaalde passanten meer, maar steeds vaker complete groepjes die hun rust vinden tussen zee en stad.
Wie de wekker vroeg zet en richting de Hellingweg wandelt, maakt de grootste kans. Daar, waar het strand wat stiller is, duiken de laatste jaren steeds vaker zeehonden op. Soms met z’n drieën, soms met vijf of zes tegelijk. Ze komen aan land om uit te rusten, op te warmen en vooral: met rust gelaten te worden.
Volgens strandwachten en vaste ochtendwandelaars is het geen toeval dat juist deze plek populair is. “Hier is het overzichtelijk, minder druk, en de zee is vanwege de kom wat rustiger”, vertelt een vaste visser, die ze regelmatig spot. “Ze weten precies waar ze moeten zijn. Slimme beesten.”
Het tafereel is vaak hetzelfde: zeehonden die loom op het natte zand liggen, af en toe een kop optillen, een vin verleggen, en dan weer wegdommelen. Geen spektakel, geen capriolen. Gewoon rust. En misschien is dat juist wat het zo bijzonder maakt.
Niet alleen op het strand laten de zeehonden zich zien. Regelmatig duikt er een flinke zeehond op in het kanaal bij de Kranenburgweg. Voor omwonenden is het al een vast tafereel. “Je schrikt je in eerste instantie rot als je ‘m ineens ziet zwemmen, omdat je ‘m niet verwacht”, lacht een buurtbewoner. “Maar daarna sta je met z’n allen te kijken. Het is fijn dat ze hier een plekje weten te vinden.”
De reden van de komst van de zeehond is weinig mysterieus. Het kanaal biedt een rijk gedekte tafel: vis genoeg, weinig concurrentie en relatief rustig. Voor de zeehond een ideale plek om aan te sterken. Voor de buurt een onverwachte attractie, die men inmiddels met gepaste trots verwelkomt.
Geen knuffelbeesten
Hoe aandoenlijk ze er ook bij liggen, zeehonden zijn en blijven wilde dieren. En dat vraagt om respect. Deskundigen hameren op een paar simpele, maar belangrijke regels.
Blijf op afstand. Minstens 30 meter is het advies. Dat lijkt ver, maar voor een zeehond is het essentieel om zich veilig te voelen. Komt er iemand te dichtbij, dan kost dat het dier onnodig energie en stress.
Houd honden aan de lijn. Een hond, hoe goed opgevoed ook, wordt door een zeehond gezien als een roofdier. Dat kan paniek veroorzaken, met gevaarlijke situaties tot gevolg.
Niet voeren of aanraken. Zeehonden kunnen bijten en ziektes overdragen. Bovendien verstoort voeren hun natuurlijke gedrag.
En misschien wel de belangrijkste: laat ze gewoon zeehond zijn. Kijken mag, bewonderen zeker, maar altijd met gepaste afstand.
In nood of niet?
Een zeehond op het strand is niet automatisch zielig of hulpbehoevend. Integendeel: vaak zijn ze gewoon aan het uitrusten. Toch zijn er signalen waarbij ingrijpen wél nodig is.
Let op als een zeehond: zichtbaar gewond is (open wonden, bloedingen); extreem mager oogt; voortdurend geluid maakt of apathisch is; verstrikt zit in netten, touw of plastic; of zich midden tussen mensen niet kan terugtrekken.
In die gevallen geldt: bel een meldpunt, bijvoorbeeld de Dierenambulance of Eerste Hulp bij Zeezoogdieren. Zelf ingrijpen is geen goed idee.
Dat zeehonden zich weer thuis voelen op Scheveningen, voelt voor veel inwoners als een klein wonder. “Het hoort bij de zee”, aldus een oudere Scheveninger, terwijl hij over het strand uitkijkt. “Vroeger zagen we ze ook wel eens. Dat ze nu terugkomen, zegt iets goeds.” Een ander wijst op de teruglopende visserij. “Er wordt steeds minder gevist vlak voor de kust, dus er blijft meer eten voor ze over. Ook bij Katwijk en Noordwijk zie je de zeehonden steeds vaker opduiken.”
De verwachting is dat de zeehonden voorlopig blijven komen. Misschien zelfs in grotere aantallen. Dat vraagt om blijvende aandacht en zorgvuldig omgaan met onze kust en deze hernieuwde vaste gasten. Voor nu blijft het vooral genieten van deze heerlijke zeedieren.
